Hof Arnhem-Leeuwarden 21 februari 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:1543

6:162 BW. In deze zaak strijden partijen om de afwikkeling van hun reguliere pachtovereenkomst. Pachter heeft tussen 2017 en 2019 geen gebruik kunnen maken van het gepachte en vordert daarom schadevergoeding van verpachtster. Verpachtster heeft een tegenvordering ingesteld van bijna € 50.000. De pachtkamer heeft een bedrag aan schadevergoeding toegewezen en de vorderingen van verpachtster afgewezen. Het hof is het daar grotendeels mee eens. Over de wettelijke rente beslist het hof dat niet de handelsrente maar de gewone wettelijke rente van toepassing is op de schadevordering. Verder tellen volgens het hof de huuropbrengsten voor eigendomsgronden van pachter bij de berekening van de opbrengst per hectare niet mee waardoor het schadebedrag lager wordt. Omdat verpachtster op basis van het vonnis van de pachtkamer in Leeuwarden pachter heeft betaald, krijgt zij door deze beslissingen van het hof een deel van het betaalde geld terug.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen