Hof Arnhem-Leeuwarden 27 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8248

Overeenkomst om Porsche te restaureren. Geen roerende zaak die nog tot stand moet worden gebracht en dus geen korte verjaringstermijn voor vordering tot betaling van facturen o.g.v. artikel 7:5 lid 4 BW en 7:28 BW. Vordering tot betaling facturen gedeeltelijk toegewezen voor zover opdracht is gegeven. Voor het overige afgewezen. Autorestaurateur had opschortingsrecht. Geen stallingskosten omdat (relevante bedingen van) algemene voorwaarden vernietigd zijn, omdat ze niet ter kennis zijn gebracht (artikel 6:234 BW). Stallingskosten o.g.v. artikel 3:296 BW en 6:63 BW afgewezen als onvoldoende onderbouwd. Proceskosten in reconventie gecompenseerd, omdat vordering tot afgifte van Porsche door opdrachtgever prematuur was, omdat autorestaurateur opschortingsrecht had en niet onderbouwd is dat autorestaurateur na betaling van zijn vordering niet tot afgifte van de Porsche zou overgaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken