Hof Arnhem-Leeuwarden 10 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3706
Verdachte wordt veroordeeld wegens onder meer deelneming aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het op professionele wijze vervaardigen en in omloop brengen van valse bankbiljetten van € 20,- en € 50,-, wat op grote schaal ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Vanwege schending van artikel 6 EVRM worden de tapgesprekken niet voor het bewijs gebruikt. Ter zake zendmastgegevens wordt vastgesteld dat deze zijn verkregen zonder rechterlijke toestemming, waarbij overigens het recht op een eerlijk proces niet is geschonden. Volstaan wordt met de constatering van een vormverzuim. Op grond van de beschikbare bewijsmiddelen komt het hof tot een andere waardering van de rol van verdachte dan de rechtbank en de advocaat-generaal. Verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van het in voorraad hebben van valse bankbiljetten met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te (doen) geven nu er onvoldoende bewijs is om een individualiseerbare rol van verdachte daarbij te bepalen. Het hof ziet ook onvoldoende aanwijzingen om te komen tot de vaststelling dat verdachte een coördinerende en sturende rol had binnen de organisatie. Het hof legt verdachte een gevangenisstraf op van 24 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
De uitspraak op rechtspraak.nl