Hof Arnhem-Leeuwarden 15 juni 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:5703
Rijden onder invloed van cannabis. Verweer dat sprake is van schending van strikte waarborgen waarmee het 'onderzoek' als bedoeld in artikel 8, vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994 is omgeven, enerzijds omdat geen sprake is van een 'zo spoedig mogelijke' verzending van het bloedblok naar het laboratorium en anderzijds omdat het laboratoriumonderzoek later dan twee weken na ontvangst van het bloedblok heeft plaatsgevonden. Het hof is van oordeel dat het enkele (forse) tijdsverloop in het licht van de door de opslag door de politie gewaarborgde betrouwbaarheid van het onderzoeksresultaat, niet met zich kan brengen dat sprake is van schending van enige in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer opgenomen waarborg. Verder is het hof van oordeel dat het enkele (forse) tijdsverloop in het licht van de door de opslag door het Labor Mönchengladbach gewaarborgde betrouwbaarheid van het onderzoeksresultaat, niet met zich kan brengen dat sprake is van schending van een waarborg die de juistheid en betrouwbaarheid van het resultaat van het onderzoek beïnvloedt en daarom ook niet van een waarborg die behoort tot het stelsel van strikte waarborgen waarmee de wetgever het bloedonderzoek heeft omringd. Het hof veroordeelt verdachte ter zake van het rijden onder invloed van cannabis tot een geldboete, te betalen in termijnen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 23 Sr
- Artikel 24 Sr
- Artikel 24a Sr
- Artikel 24c Sr
- Artikel 63 Sr
- Artikel 279 Sv
- Artikel 422 Sv
- Artikel 8 WVW
- Artikel 176 WVW
- Artikel 2 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
- Artikel 13 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
- Artikel 16 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
- Artikel 6 Regeling alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer