Hof Arnhem-Leeuwarden 20 mei 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:4953
Bevestiging van de beslissing rechtbank met verbetering van gronden. De tweemaandentermijn ex artikel 6:6:13, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is niet overschreden, omdat die bepaling voorschrijft dat het onderzoek van de zaak door de rechter zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen twee maanden na ontvangst van de vordering van het openbaar ministerie moet plaatsvinden. Dat was het geval, nu de vordering is ingekomen op 1 oktober 2020 en het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 24 november 2020. Artikel 6:6:13, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering wijkt daarmee af van het voor 1 januari 2020 geldende artikel 509t, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering dat wel voorschreef dat ook de beslissing binnen twee maanden na indiening van de vordering diende te worden genomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl