Hof Arnhem-Leeuwarden 4 maart 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2653
De rechtbank heeft de termijn van de terbeschikkingstelling verlengd en de eerder gestelde voorwaarden gewijzigd bij de beslissing waarvan beroep. De inhoud van de akte rechtsmiddel moet zo worden uitgelegd dat de officier van justitie het beroep heeft willen beperken tot dat deel van de beslissing waarbij de voorwaarden zijn gewijzigd en dat de officier van justitie het appel niet richt tegen dat deel van de beslissing dat de verlenging van de maatregel inhoudt. Tussen de voortzetting van de terbeschikkingstelling en de voorwaarden waaronder dit verantwoord kan geschieden, bestaat een onlosmakelijk verband. Vanwege de samenhang tussen de beslissing tot verlenging van de maatregel en de daaraan te verbinden voorwaarden, is het hof van oordeel dat het niet mogelijk is slechts tegen een van deze onderdelen van de beslissing appel in te stellen. Uitgangspunt dient te zijn dat een ten onrechte partieel ingesteld hoger beroep moet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van de desbetreffende procespartij in het hoger beroep, tenzij het verzuim voor de afloop van de beroepstermijn is hersteld. Van dit laatste is geen sprake. Het hof zal het openbaar ministerie dan ook niet-ontvankelijk verklaren in het beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl