Hof Arnhem-Leeuwarden 26 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10029

Vraag is of advocaat beroepsfout heeft gemaakt ter zake van de voorlichting aan cliënte (in een echtscheidingsprocedure) over het aanvragen van wel of geen (voorwaardelijke) toevoeging. Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechtsverhouding tussen een advocaat en een cliënt meebrengt dat de advocaat verplicht is te overleggen of er termen zijn te trachten een toevoeging te verkrijgen, tenzij de advocaat goede gronden heeft om aan te nemen dat de cliënt niet voor gefinancierde rechtsbijstand in aanmerking komt. Het hof is van oordeel dat gezien de hier vastgestelde feiten en omstandigheden genoegzaam vaststaat dat de advocaat met zijn cliënte heeft gesproken over de (on)mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand en dat de advocaat gegronde reden had om aan te nemen dat zijn cliënte hiervoor niet in aanmerking kwam, zowel wat betreft de te ontvangen partneralimentatie als het vermogen (onder meer uit de overwaarde van de woning). Daarmee heeft de advocaat voldaan aan zijn zorgplicht als advocaat zoals neergelegd in regel 18 lid 1 Gedragsregels. Er was ook geen reden voor het aanvragen van een “voorlopige” toevoeging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen