Hof Arnhem-Leeuwarden 1 september 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:6880

Derdenbeslag; schuldeisersverzuim; door de derdebeslagene genoten voordeel. Als onder een schuldenaar ten laste van zijn schuldeiser derdenbeslag wordt gelegd, is de schuldenaar verplicht het verschuldigde onder zich te houden. Dit is een geval waarin nakoming door de schuldenaar verhinderd wordt door een beletsel dat toerekenbaar van de zijde van de schuldeiser is opgekomen. Op grond van artikel 6:58 BW levert dat schuldeisersverzuim op. De strekking van dit leerstuk is dat de nadelen worden weggenomen die voor de schuldenaar zijn verbonden aan de onmogelijkheid zijn verbintenis na te komen. Als het gaat om de verplichting tot betaling van een geldsom, is het in beginsel redelijk dat de schuldenaar tijdens het schuldeisersverzuim geen bedongen rente verschuldigd wordt. Als de schuldenaar door het uitblijven van betaling een voordeel geniet, kan echter - afhankelijk van de omstandigheden van het geval - uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien dat hij dit voordeel geheel of ten dele aan de schuldeiser verschuldigd is. De stelplicht en bewijslast van het bestaan en de omvang van het voordeel rusten op de schuldeiser. De schuldenaar zal de schuldeiser dan wel in staat moeten stellen aan zijn stelplicht en bewijslast te voldoen, met name door feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit volgt dat hij geen voordeel geniet door het uitblijven van betaling[1]. In die zin geldt een verzwaarde stelplicht in het kader van het verweer van de schuldenaar. In deze zaak doet zich naast het beslag een ander beletsel voor, te weten betalingsonmacht bij de schuldenaar. Dat beletsel heeft na de beslaglegging enkele jaren voortgeduurd. Wanneer de beslaglegging het gevolg zou hebben dat nadien geen contractuele rente meer verschuldigd zou worden, dan zou dat in die situatie een voordeel voor de schuldenaar opleveren dat zij zonder de beslaglegging zou hebben gemist. Uit de eisen van de redelijkheid en billijkheid vloeit voort dat de schuldenaar dit rentevoordeel aan de schuldeiser verschuldigd is (het beslag verlost de schuldenaar dan niet van de renteverplichting die zij zonder het beslag wel zou hebben gehad). Van een daadwerkelijke belemmering tot nakoming door de holding als gevolg van de beslaglegging is dan immers geen sprake.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken