Hof Arnhem-Leeuwarden 7 augustus 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:6231
Beroep op niet-ontvankelijkheid OM dan wel strafvermindering op grond van bij de aanhouding van verdachte van een inbraakpoging door politieambtenaren toegepaste geweldshandelingen en het niet melden daarvan. Bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de handelingen van de verbalisanten, waaronder begrepen de proportionaliteit van het door de betreffende verbalisanten uitgeoefende en door de raadsman gewraakte geweld, is het voor het hof de vraag of de opsporingsambtenaren de situatie redelijkerwijs zó hebben kunnen beoordelen als zij hebben gedaan en redelijkerwijs zoveel geweld nodig was als zij hebben gebruikt. De beoordeling ziet niet alleen op individuele geweldshandelingen van opsporingsambtenaren maar ook op het totaal aan toegepaste (gewelds)handelingen in de omstandigheden van het geval. Op basis van de omstandigheden van het geval is het hof van oordeel dat het met een rijdend politievoertuig blokkeren van de rennend vluchtende verdachte en het door drie politieambtenaren diverse malen slaan en hard schoppen van de bij de als gevolg van de aanrijding op zijn buik op de grond belande verdachte op onevenredig wijze geweld is toegepast en dat dit geweld ten onrechte niet is gemeld. Volgt strafvermindering.
De uitspraak op rechtspraak.nl