Hof Arnhem-Leeuwarden 4 augustus 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:6178
Huurster verblijft in verband met mantelzorg van haar partner, met wie zij een LAT-relatie heeft, gedurende enkele jaren eerst slechts sporadisch en daarna gedurende ongeveer de helft van de tijd in de door haar gehuurde woning. Het hof beantwoordt de vraag of huurster tekortschiet in haar verplichting het gehuurde zelf te bewonen en er haar hoofdverblijf te hebben ontkennend. De vordering tot ontbinding is niet op deze grondslag toewijsbaar. In een eerder arrest heeft het hof al beslist dat ook de andere aangevoerde grondslag - overlast door geblaf van honden – de vordering tot ontbinding niet kan dragen.
De uitspraak op rechtspraak.nl