Hof Arnhem-Leeuwarden 18 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1367

Het gaat in deze zaak om een stichting die certificaten van aandelen uitgeeft. In eerste aanleg heeft de rechtbank op 28 maart 2018 een bestuurder van die stichting benoemd. Een certificaathouder die niet opgeroepen was voor de procedure bij de rechtbank, wordt op 1 mei 2019 bekend met de uitspraak van de rechtbank. Binnen drie maanden daarna (op 30 juli 2019) stelt de certificaathouder hoger beroep in. Het hof verklaart dit hoger beroep niet-ontvankelijk, omdat op grond van art. 996 Rv in dit geval een vaste beroepstermijn van drie maanden geldt, ook voor wie de uitspraak niet kent. Het beroep van de certificaathouder op de doorbrekingsjurisprudentie van de Hoge Raad slaagt niet. Volgens het hof verdraagt de ratio van art. 996 Rv zich niet met toepasselijkheid van de doorbrekingsjurisprudentie. En zelfs al zou die rechtspraak wel van toepassing zijn, dan leidt dat niet tot een andere uitkomst. In dat geval had de certificaathouder het hoger beroep moeten instellen binnen 14 dagen nadat hij bekend werd met de uitspraak van de rechtbank, maar dat heeft hij niet gedaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken