Hof Arnhem-Leeuwarden 22 december 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:10727
Erfgrens, diverse aspecten, waaronder een aantal procedurele kwesties. Erfgrens is door bevrijdende verjaring op een andere plaats komen te liggen dan de kadastrale grens. De op de feitelijke erfgrens aanwezige heg is een mandelige heg (artikel 5:62 BW). Vordering tot vervanging van de coniferenheg door een scheidsmuur van twee meter hoog wordt toegewezen (artikelen 5:48 en 5:49 BW). Vorderingen over en weer tot een verbod op straffe van een dwangsom tot het betreden van elkaars erf en het maken van opnamen te dele toegewezen en ten dele afgewezen. Executie van dwangsommen moet in een executiegeschil aan de orde worden gesteld (artikel 438 Rv).
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 166 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 353 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 438 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 611h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 5:44 BW5
- Artikel 5:48 BW5
- Artikel 5:49 BW5
- Artikel 5:62 BW5
- Artikel 3:105 BW3
- Artikel 3:107 BW3
- Artikel 3:108 BW3
- Artikel 3:113 BW3
- Artikel 3:306 BW3
- Artikel 3:314 BW3