Hof Arnhem-Leeuwarden 30 oktober 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:9283

Voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder parkeervergunning. Artikel 20, derde lid, Parkeerverordening 2012 van de gemeente Wageningen moet verbindende kracht worden ontzegd wegens strijd met artikel 24, eerste lid, aanhef en onder g, RVV 1990. Wijziging feitcode. Er was geen sprake van een onduidelijke parkeersituatie. De niet onderbouwde stelling dat de bebording niet overeenkomstig het Verdrag van Wenen inzake verkeerstekens is geplaatst, geeft daarvoor geen aanleiding. De betrokkene had wel begrepen dat een parkeervergunning was vereist, maar heeft gebruik gemaakt van een parkeervergunning die niet voor zijn voertuig was afgegeven. Artikel 5 Wahv. De ambtenaar heeft verklaard dat hij 10 minuten geen laad- of losactiviteiten heeft waargenomen. Hieruit kan worden afgeleid dat niemand aanwezig was bij het voertuig. Het enkel opwerpen dat de bestuurder de ambtenaar heeft gezien is onvoldoende om aan te nemen dat dit het geval is geweest. Dat brengt ook nog niet mee dat sprake is geweest van een confrontatie op grond waarvan de ambtenaar kon vermoeden dat de betrokkene de bestuurder is geweest. Aldus staat voldoende vast dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan, zodat de sanctie terecht aan de betrokkene als kentekenhouder is uitgeschreven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken