Hof Arnhem-Leeuwarden 25 september 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7822
Vrijspraak van poging doodslag, veroordeling wegens zware mishandeling tot een gevangenisstraf van 290 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met oplegging van bijzondere voorwaarden met een proeftijd van 3 jaren. Hof verwerpt het beroep op noodweer dan wel (extensief) noodweerexces. Verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar. Vordering benadeelde partij. Verdachte is onder beschermingsbewind gesteld. Op grond van artikel 51f, lid 4 Sv hoeft de bewindvoerder echter niet opgeroepen te worden voor de terechtzitting. Het verweer van de verdediging dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de bewindvoerder niet in rechte is opgeroepen en oproeping in dit stadium van de procedure een onevenredige belasting voor het strafproces oplevert, wordt daarom verworpen. Matiging immateriële schadevergoeding in verband met mishandeling van verdachte door de benadeelde partij voorafgaand aan de zware mishandeling.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 14a Sr
- Artikel 14b Sr
- Artikel 14c Sr
- Artikel 14d Sr
- Artikel 14g Sr
- Artikel 14h Sr
- Artikel 14i Sr
- Artikel 14j Sr
- Artikel 27a Sr
- Artikel 36f Sr
- Artikel 41 Sr
- Artikel 63 Sr
- Artikel 77aa Sr
- Artikel 82 Sr
- Artikel 302 Sr
- Artikel 51f Sv
- Artikel 422 Sv
- Artikel 1:441 BW1
- Artikel 6:101 BW6
- Artikel 1 Wet op de identificatieplicht