Hof Arnhem-Leeuwarden 28 augustus 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6968

Informatieplicht officier van justitie in administratief beroep. De door de officier van justitie opgevraagde aanvullende stukken zijn geen op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 7:18, vierde lid, Awb. Die stukken zijn opgevraagd nadat de officier van justitie reeds had beslist en zijn van latere datum, zodat die stukken niet eerst verstrekt hadden moeten worden alvorens de officier van justitie kon beslissen. Het proces-verbaal van bevindingen van 31 oktober 2016 is wel een op de zaak betrekking hebbend stuk in voornoemde zin, omdat het door de ambtenaar is opgemaakt ter gelegenheid van de vaststelling van de gedraging en aldus is gebezigd bij het opleggen van de sanctie. Dat de officier van justitie op het moment van beslissen nog niet over dit proces-verbaal beschikte omdat zich dat nog bevond bij het organisatieonderdeel waar de ambtenaar werkzaam was, doet hieraan niet af. Eer dergelijk stuk dient door het bestuursorgaan dat inleidende beschikking gegeven heeft, aan de officier van justitie ter beschikking te worden gesteld, waarna die het stuk aan de betrokkene die daarom verzoekt kan toezenden. De officier van justitie heeft in zoverre niet voldaan aan de informatieplicht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken