Hof Arnhem-Leeuwarden 17 juni 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:5019
WWZ. Hoger beroep van een beschikking van de kantonrechter waarbij een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op bedrijfseconomische grond is afgewezen, na een eerdere weigering van het UWV om op dezelfde grond toestemming tot opzegging van de arbeidsovereenkomst te verlenen. Het hof komt tot het oordeel dat de bedrijfseconomische grond wel aanwezig is. De functie van werknemer is komen te vervallen. Werkgever heeft daarbij de “unieke” functie van een “trainee” buiten de bepaling van de ontslagvolgorde mogen houden. Ook is voldaan aan de voorwaarde dat herplaatsing van werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is. Of aan die voorwaarde is voldaan dient ex tunc,naar de situatie die gold ten tijde van de beschikking van de kantonrechter, te worden beoordeeld. Geen grond voor een billijke vergoeding aan de werknemer wegens beweerdelijk ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Of grond bestaat voor een dergelijke vergoeding moet worden beoordeeld naar de situatie ten tijde van de beschikking in hoger beroep (ex nunc). Het hof bepaalt de datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt.
De uitspraak op rechtspraak.nl