Hof Arnhem-Leeuwarden 30 april 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:3738
Het hof volgt de betrokkene niet in zijn verweer dat de beslissing van de kantonrechter innerlijk tegenstrijdig is, doordat het beroep zowel gegrond als ongegrond is verklaard. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en die beslissing vernietigd. Vervolgens heeft de kantonrechter het beroep tegen de inleidende beschikking beoordeeld en dat beroep ongegrond verklaard. De Wahv voorziet niet in de mogelijkheid om de zaak terug te wijzen naar de officier van justitie. Van rechtsonzekerheid voor de betrokkene of verlies van een instantie is evenmin sprake. Ingevolge artikel 6 EVRM heeft de betrokkene recht op toetsing van een criminal charge door ten minste één gerechtelijke instantie. Hier is, ook door niet terug te wijzen naar de officier van justitie, aan voldaan. Rijden in strijd met een geslotenverklaring (bord C6 met onderbord; milieuzone Utrecht; uitsluitend voor dieselvoertuigen van voor 1-1-2001). Geldigheid bord en onderbord. Verkeersbesluit. Niet kan worden geoordeeld dat de grondslag voor het verkeersteken zodanig is dat voor het niet opvolgen daarvan geen sanctie mag worden opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl