Hof Arnhem-Leeuwarden 12 februari 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:1320

Een redelijke uitleg van artikel 7:18, vierde lid, Awb brengt mee dat de officier van justitie nieuwe of aanvullende op de zaak betrekking hebbende stukken die hij ontvangt voordat op het beroep is beslist, moet toezenden aan de indiener van het beroepschrift als om de stukken is verzocht. De officier van justitie had in dit geval dus de aanvullende informatie van de ambtenaar moeten toezenden aan de gemachtigde, alvorens te beslissen op het beroep. De kantonrechter heeft miskend dat de officier van justitie is tekortgeschoten in zijn informatieplicht. Het hof vernietigt zowel de beslissing van de kantonrechter als de beslissing van de officier van justitie en beoordeelt het beroep tegen de inleidende beschikking. Niet deugdelijke reminrichting. Verbogen remhendel bromfiets. Wijze van vaststellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen