Hof Arnhem-Leeuwarden 24 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3878
Hoger beroep van vonnis van 25 november 2015 (ECLI:NL:RBOVE:2015:5457). Vervolg op arrest in incident van 13 juni 2017 (ECLI:NL:GHARL:2017:4977). Revindicatie. Retentierecht. Ongerechtvaardigde verrijking. Onrechtmatige daad. Toepasselijk recht (IPR). In hoger beroep staat niet meer ter discussie dat de oorspronkelijke eiser eigenaar is van vier van de vijf paarden waar het in deze zaak om gaat. Het hof komt tot de conclusie dat de oorspronkelijke gedaagde geen beroep toe-komt op een retentie¬recht op deze paarden. Het hof stelt vast dat hij wel eigenaar is van het vijfde paard. Het hof laat hem toe te bewijzen dat (a) dit paard geblesseerd is geraakt na en als gevolg van de afgifte op grond van het eerdere vonnis in kort geding en het daarop gevolgde conservatoire beslag en de gerechtelijke bewaring van dit paard en (b) dat dit paard een bepaalde waarde had die als gevolg van de blessure verloren is gegaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl