Hof Arnhem-Leeuwarden 2 maart 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:2076

De inleidende beschikking is opgelegd voor het niet aanwezig hebben van een kentekenplaat op de aanhangwagen, maar de betrokkene reed met een lastdrager (fietsendrager). Als de kantonrechter van oordeel was dat de feitcode in de inleidende beschikking gewijzigd diende te worden, dan had de kantonrechter - met gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie - tot wijziging van de inleidende beschikking over moeten gaan. Door een zodanige wijziging zou de betrokkene niet in zijn belangen zijn geschaad. Het hof gaat desondanks niet over tot wijziging van de feitcode, omdat de verbalisant niets heeft opgemerkt omtrent de waarneembaarheid van de op het voertuig aangebrachte kentekenplaat. Op de lastdrager hoeft alleen een kentekenplaat aangebracht te worden als de lastdrager het op het voertuig aangebrachte kenteken afschermt. In deze fase van de procedure ziet het hof geen aanleiding om de verbalisant nog om nadere informatie te verzoeken. Het hof vernietigt de sanctiebeschikking.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen