Hof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1924

Brand. Hennepkwekerij. Woning was bestemd voor kamerverhuur. Eigenaar, die vier panden met kamerverhuur had, handelde bedrijfsmatig. De omstandigheid dat hij een deel van de woning aan zijn dochter verhuurde, doet daaraan niet af, net zomin als zijn intentie de woning in de toekomst zelf te gaan bewonen. Uit het Gruber-arrest van het Hof van Justitie ECLI:EU:C:2005:32 volgt dat een persoon die een overeenkomst sluit ten aanzien van een goed dat deels wel en deels niet voor beroepsmatig gebruik is bestemd, zich niet op bepalingen van consumentenbescherming kan beroepen, tenzij het beroepsmatige gebruik dermate marginaal is dat het in de globale context van de betrokken verrichting onbetekenend is. Ook als het niet-beroepsmatige aspect zwaarder weegt is dat volgens het Hof van Justitie irrelevant. Wettelijke vermoeden van art 6:237h BW niet van toepassing. Beroep van de verzekeraar op uitsluitingsclausule in de algemene voorwaarden niet onaanvaardbaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken