Hof Arnhem-Leeuwarden 7 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1306
Mede gelet op de tekst van de EG Richtlijn 96/53/EG van 25 juli 1996 en de overwegingen van de Raad van de EU bij de totstandkoming van genoemde richtlijn zoals hiervoor weergegeven, en de bedoeling van de richtlijn zoals die hieruit volgt, is het hof van oordeel dat de regeling van de Regeling voertuigen aldus moet worden uitgelegd en toegepast dat in casu geen sprake is geweest van een geoorloofde overschrijding van de hier toegestane maximale lengte. Het hof overweegt dat, nu deze stalen balk /gording - welke niet door een klant is besteld of anderszins voor aflevering aan een klant is vervoerd - door verdachte alleen aan de wel door de klant bestelde, niet als ondeelbare lading te betitelen goederen is toegevoegd om te voorkomen dat méér dan één transport zou moeten plaatsvinden voor het vervoer van de door de klant wel bestelde goederen geen sprake is van een ondeelbare lading zoals bedoeld in art. 2 van de Richtlijn en artikel 1.1 van de Regeling voertuigen.
De uitspraak op rechtspraak.nl