Hof Arnhem-Leeuwarden 23 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1248
De kinderen van appellant zijn onder toezicht gesteld van Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering (LJ&R), onder meer om de omgangsregeling tussen eiser en zijn kinderen van de grond te tillen en in goede banen te leiden. Aanleiding daarvoor was een jarenlange, ongekend heftige strijd tussen de ouders over de opvoeding van de kinderen, hun hoofdverblijfplaats en de uitvoering van de omgangsregeling (een vechtscheiding). Appellant is ontevreden over de wijze waarop LJ&R en de bij LJ&R werkzame gezinsvoogd invulling hebben gegeven aan de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Hij heeft een verklaring voor recht gevorderd dat LJ&R uit hoofde van onrechtmatige daad aansprakelijk is voor het feit dat hij gedurende een lange periode geen contact heeft gehad met zijn kinderen. Daarnaast heeft hij een vergoeding gevorderd van de door hem geleden materiële en immateriële schade. Uiteenzetting van het door het hof gehanteerd toetsingskader. Aan LJ&R en haar medewerkers komt een zekere beoordelingsruimte toe bij de uitoefening van hun taken. De diverse door appellant als onrechtmatig gekwalificeerde handelingen van LJ&R worden achtereenvolgens besproken. Het hof acht geen van deze handelingen op zichzelf beschouwd, noch in hun onderlinge samenhang onrechtmatig, ook al had LJ&R misschien op een enkel onderdeel een andere keuze kunnen maken. LJ&R en haar medewerkers hebben gehandeld als redelijk bekwame en redelijk handelende hulpverleningsinstantie, respectievelijk hulpverlener.
De uitspraak op rechtspraak.nl