Hof Arnhem-Leeuwarden 3 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:104
De kantonrechter heeft niet gehandeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 11, vierde lid, Wahv en had aan de gemachtigde van de betrokkene een afschrift van het procesdossier moeten verstrekken, alvorens het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De Wahv stelt niet de eis dat aan de oplegging van administratieve sancties een fysiek en ondertekend proces-verbaal ten grondslag ligt. Aan het enkele ontbreken van een fysiek en ondertekend proces-verbaal komt niet de betekenis toe dat de sanctie niet in stand kan blijven. Het brengt slechts mee dat daaraan niet de bijzondere bewijskracht van een ambtsedige verklaring toekomt. Dit neemt niet weg dat de vaststelling dat de gedraging is verricht ook op een niet-ambtsedige verklaring van een verbalisant kan worden gebaseerd. De enkele, niet onderbouwde stellingen van de gemachtigde ten aanzien van de bevoegdheid van de verbalisant en diens certificaten en de geldende maximumsnelheid zijn onvoldoende om aan de inhoud van het dossier te twijfelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl