Hof Arnhem-Leeuwarden 10 oktober 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:8791
In eerste aanleg is de erfdienstbaarheid gewijzigd. Hangende hoger beroep heeft de eigenaar van het heersende erf bij wege van incident schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis in eerste aanleg gevraagd. De incidentele vordering is door het hof beoordeeld op de voet van art. 351 Rv. Dit heeft geleid tot afwijzing van de vordering. De rechtbank heeft een gemotiveerde beslissing gegeven over de uitvoerbaarheid bij voorraad. Er is geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden die door de rechter in eerste aanleg niet hadden kunnen worden meegenomen. Het vonnis van de rechtbank berust ook niet op een feitelijke en/of juridische misslag. Dat de eigenaar van het heersende erf het niet eens is met de beslissingen van de rechtbank, speelt bij de beoordeling van dit incident geen rol.
De uitspraak op rechtspraak.nl