Hof Arnhem-Leeuwarden 19 september 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:8437
Het hof heeft in een eerder tussenarrest ambtshalve de vraag opgeworpen of een beding in de tussen partijen geldende erfpachtvoorwaarden, oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13. Aan partijen is gelegenheid geboden zich daarover uit te laten. Door Staatbosbeheer is aangevoerd dat het betreffende beding niet valt onder het toepassingsbereik van de richtlijn, dat sprake van een kernbeding dat zich aan toetsing op oneerlijkheid onttrekt, dat geen sprake is van een oneerlijk dan wel onredelijk bezwaren beding en ten slotte dat zelfs zo als sprake is van een oneerlijk beding dat vernietigd wordt, appellant daardoor geen schade heeft geleden. Het hof gaat op al deze vragen in, om te concluderen dat het beding vernietigd zal worden en dat Staatsbosbeheer aansprakelijk is voor de schade die appellant heeft geleden doordat Staatsbosbeheer zich op het beding heeft beroepen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:773
- HR 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:340
- HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1866
- HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691
- HR 5 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1780
- HR 19 september 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2435
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2006:443
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2014:2099
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2014:282
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:262
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:357
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:60