Hof Arnhem-Leeuwarden 25 juli 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:7391

Het hof wijst de incidentele vordering tot schorsing af. Het hof is niet gebleken van feitelijke en/of juridische kennelijke misslagen. Ook is niet gebleken dat de tenuitvoerlegging van het arrest onherroepelijke financiële gevolgen heeft voor de appellante in de hoofdzaak. Er bestaat wel een restitutierisico. Het hof maakt een belangenafweging en oordeelt dat de omstandigheden van dit geval meebrengen dat het belang van appellante bij behoud van de bestaande toestand tot op het hoger beroep is beslist, niet zwaarder weegt dan het belang van geïntimeerden bij (voortzetting van) de tenuitvoerlegging van het vonnis. De primaire vordering in het incident wordt afgewezen. De subsidiaire incidentele vordering tot zekerheidstelling wordt wel toegewezen aangezien een reëel restitutierisico bestaat. Het hof bepaalt een zekerheidsstelling in de vorm van een bankgarantie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken