Hof Arnhem-Leeuwarden 9 mei 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:3886
Een premievordering van het bedrijfstakpensioenfonds in de glazenwassersbranche is aan te merken als een periodieke vordering in de zin van artikel 3:308 BW en verjaart na verloop van vijf jaar na aanvang van de dag waarop de vordering opeisbaar is geworden. Het Uitvoeringsreglement van het bedrijfstakpensioenfonds bepaalt een tijd voor nakoming van de betalingsverplichting van de werkgever ingevolge de premienota en constitueert daarmee het moment van opeisbaarheid.
De uitspraak op rechtspraak.nl