Hof Arnhem-Leeuwarden 21 maart 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:2325
dwaling/misbruik van omstandigheden bij totstandkoming pachtovereenkomst? 6:228 en 3:44 BW Verpachtster heeft een reguliere pachtovereenkomst getekend en vordert de vernietiging ogv 6:228 en 3:44 BW. De stelling dat de pachter haar door een onjuiste inlichting in dwaling heeft gebracht, heeft pachter gemotiveerd betwist. Verpachtster heeft bewijs aangeboden, maar zij kan geen ander bewijs bijdragen dan een partijgetuigeverklaring van haarzelf. In verband met artikel 164 lid 2 Rv is haar bewijsaanbod niet genoegzaam. Voor zover verpachtster zich er op beroept dat zij een reguliere pachtovereenkomst heeft ondertekend terwijl zij niet wist (en niet wilde) dat deze telkens van rechtswege wordt verlengd, is er sprake van rechtsdwaling die voor haar rekening moet blijven. Aan haar beroep op misbruik van omstandigheden legt verpachtster ten grondslag haar vertrouwensband met pachter, haar leeftijd, de omstandigheid dat zij een adviseur had en dat pachter wist dat zij de grond maar voor zes jaar in gebruik wilde geven. Al hetgeen verpachtster heeft aangevoerd is op zichzelf en in onderlinge samenhang bezien onvoldoende om te kunnen concluderen dat pachter wist of moest begrijpen dat verpachtster slechts door bijzondere omstandigheden zoals vermeld in artikel 3:44 lid 1 en 4 BW tot het aangaan van de reguliere pachtovereenkomst werd bewogen.
De uitspraak op rechtspraak.nl