Hof Arnhem-Leeuwarden 16 maart 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:2189

De artikelen 273f, lid 1, onder 1º, 4º en 6º (feit 1) en 225, lid 1, jo. 51 (feit 2 primair) Sr. Uitbuiting gedurende een periode van ruim 7 maanden van (overwegend) Slowaakse seizoenwerknemers in de Nederlands aardbeienteelt Het hof acht de uitbuiting en het oogmerk van uitbuiting bewezen op grond van (onder meer) de stelselmatige substantiële onderbetaling en de stelselmatige belabberde huisvesting van de seizoenwerknemers en het daardoor door verdachte (teler van de aardbeien) behaalde substantiële financiële voordeel. Verdachte wist heel goed dat zijn buitenlandse werknemers geen kant op konden, afhankelijk als zij waren van verdachte en gedreven als zij waren door de gebrekkige verdienmogelijkheden in eigen land. De grens van niet als uitbuiting aan te merken slecht werkgeverschap is hier beduidend overschreden. Daarnaast heeft het bedrijf van verdachte gedurende een periode van 5 jaren valsheid in geschrift gepleegd door een groot aantal urenlijsten en loonstroken van haar seizoenwerknemers valselijk op te maken, waartoe verdachte opdracht heeft gegeven. In beginsel dient een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd te worden. Daarvan ziet het hof af op grond van de bijzondere omstandigheden van dit geval (mildere vorm van uitbuiting in vergelijking met andere uitbuitingszaken), de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn van berechting. Het hof legt op een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een taakstraf van 240 uren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken