Hof Arnhem-Leeuwarden 29 november 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:9549
7:397 lid 1 en 7:321 BW. Pachtontbindingsverklaring met nieuwe geliberaliseerde overeenkomst tot stand gekomen? Het hof oordeelt met de pachtkamer in eerste aanleg dat pachter door het ondertekenen van de pachtontbindingsverklaring heeft ingestemd met een voortzetting van de pacht op basis van een geliberaliseerde overeenkomst voor de duur van maximaal vier jaren. Uit het hiervoor onder 3.1 aangehaalde blijkt dat partijen voor de voortzetting van hun pachtrelatie hebben beoogd het geliberaliseerde regime voor overeenkomsten van 6 jaren of korter toe te passen. Schriftelijke uitsluiting van de in artikel 7:397 lid 1 BW genoemde bepalingen was niet vereist. Ten aanzien van de duur van de overeengekomen geliberaliseerde pachtovereenkomst constateert het hof dat de overeenkomst niet binnen twee maanden na het aangaan daarvan (op 1 mei 2010) is ingezonden, maar pas op 19 juli 2010 bij de grondkamer is ingekomen (artikel 7:321 BW). Dit brengt mee dat de overeengekomen duur van maximaal vier jaren het eerstvolgende pachtjaar na 2010 is aangevangen zodat de geliberaliseerde pachtovereenkomst uiterlijk 1 januari 2015 eindigde.
De uitspraak op rechtspraak.nl