Hof Arnhem-Leeuwarden 30 augustus 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6941
Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2016:2316; Tegen deze achtergrond is het hof van oordeel dat de harde en ongenuanceerde regel van artikel 8 lid 1 van de polisvoorwaarden in het licht van deze feiten en omstandigheden, ook in onderlinge samenhang bezien, in de context van de verhouding van Achmea tot [appellant] een aanzienlijke en ongerechtvaardigde verstoring van het evenwicht in de zin van artikel 3 lid 1 van de Richtlijn oplevert. Dit wordt niet anders doordat Achmea, zoals zij aanvoert, uitermate goed - in ieder geval beter dan de verzekerde - op de hoogte is van de specialiteit en de kwaliteit van de in te schakelen deskundigen, daardoor effectiever en efficiënter kan werken en de situatie kan vermijden waarin zij met de verzekerde, die niet beschikt over de kennis, in overleg moet treden om te trachten te komen tot aanwijzing van een of meer deskundigen, hetgeen meer tijd vergt, resulteert in vertraging en kostenverhogend werkt met uiteindelijk premieverhoging als gevolg. Dit alles staat er immers niet wezenlijk aan in de weg dat Achmea in haar polisvoorwaarden de hiervoor bedoelde waarborgen in het belang van de verzekerde opneemt.
De uitspraak op rechtspraak.nl