Hof Arnhem-Leeuwarden 19 augustus 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6694
Gronden. Motivering afzien van horen. Het pro forma beroepschrift aan de kantonrechter bevat geen enkele grond en bevat ook geen verzoek om de gemachtigde een termijn te stellen voor het indienen van gronden. De betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen op de zitting van de kantonrechter. 6:6 van de Awb verplicht niet tot niet-ontvankelijk verklaring van het beroep bij het ontbreken van gronden. De kantonrechter heeft het beroep ongegrond verklaard en hij heeft dat in dit geval ook kunnen doen zonder de gemachtigde een termijn te geven om de gronden aan te vullen. Het voorschrift van 7:26, eerste lid, tweede volzin, Awb is niet van openbare orde. De rechter hoeft daarom niet ambtshalve te beoordelen of de motivering van de beslissing van de officier van justitie daaraan voldoet.
De uitspraak op rechtspraak.nl