Hof Arnhem-Leeuwarden 4 augustus 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6326
De als zodanig herkenbare agent heeft niet aanstonds zijn legitimatiebewijs getoond aan de betrokkene die daarom verzocht. Dat is in strijd met artikel 2 van de Ambtsinstructie voor de politie, maar kan niet leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking. De vraag of de verbalisant zich had moeten legitimeren, is niet van belang voor de vraag of kan worden vastgesteld dat de betrokkene de hem verweten gedraging heeft verricht. Of de cautie is gegeven is alleen van belang als de verklaring van de betrokkene wordt gebruikt om vast te stellen dat de gedraging is verricht.
De uitspraak op rechtspraak.nl