Hof Arnhem-Leeuwarden 29 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:5337
Wwz-beschikking. ICT-medewerker school wordt na reorganisatie geplaatst als conciërge met ICT-taken. Hij richt zich volgens de school teveel op ICT-werkzaamheden en onttrekt zich aan zijn conciërgewerkzaamheden. Kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op de e-grond zonder toekenning van enige vergoeding. Het hof acht de d-grond meer aangewezen. Het hof passeert het standpunt van de conciërge dat gespreksverslagen die eerst na het indienen van het ontbindingsverzoek op papier zijn gezet, buiten beschouwing dienen te blijven. Het hof wijst het verzoek om een billijke vergoeding af aangezien van ernstige verwijtbaarheid van de kant van de werkgever niet is gebleken, Nog daargelaten dat de wet noch de wetsgeschiedenis aanwijzingen bevat dat onder billijke vergoeding de volledige schadevergoeding als gevolg van het verlies van een baan moet worden begrepen. Wel kent het hof de transitievergoeding toe: de ZAVO-uitkering die de conciërge ontving, is geen vergoeding of regeling wegens beëindiging van de arbeidsovereenkomst, doch een regeling wegens arbeidsongeschiktheid en ziekte. Daarmee is de ZAVO-uitkering geen uitkering is als bedoeld in artikel XXII lid 7 Wwz.
De uitspraak op rechtspraak.nl