Hof Arnhem-Leeuwarden 7 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4470

In eerste aanleg is de huurder veroordeeld tot ontruiming van de woning wegens overlast. Hangende (spoed)appel is bij wege van incident schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het veroordelende vonnis in eerste aanleg gevraagd. De incidentele vordering is door het hof beoordeeld op de voet van art. 351 Rv. Dit heeft geleid tot afwijzing van de vordering. Naar het oordeel van het hof berust het vonnis in eerste aanleg niet op een feitelijke of juridische misslag. Voorts wegen de belangen van de verhuurder bij executie van het beroepen vonnis zwaarder dan de belangen van de huurder. De huurder is verschillende malen gewaarschuwd zonder dat dit blijvend effect had. De verhuurder heeft er een gerechtvaardigd belang bij de omwonenden van de huurder te vrijwaren van overlast. Het belang van de huurder om de woning te behouden (in ieder geval totdat het hof eindarrest heeft gewezen) weegt hier niet tegen op, zelfs niet indien de ontruiming onomkeerbaar is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken