Hof Arnhem-Leeuwarden 17 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3792

In hoger beroep vordert FNV in kort geding twee transportondernemingen (geïntimeerden) te gebieden bij buitenlandse charters te bedingen dat de basisarbeidsvoorwaarden van de CAO van toepassing zijn en dat het de twee transportondernemingen is verboden om transportopdrachten te gunnen aan buitenlandse vennootschappen die aan hun chauffeurs niet de basisarbeidsvoorwaarden van de Nederlandse CAO toekennen. Na te hebben bepaald of en welke CAO op de twee transportondernemingen van toepassing zijn, wordt de zogeheten charterbepaling in de CAO uitgelegd. Het hof is voorshands van oordeel dat de enkele omstandigheid dat een Nederlandse transportonderneming een opdracht van vervoer van goederen in onderaanneming aan een buitenlandse vennootschap geeft - ongeacht of dat vervoer vanuit Nederland aanvangt of Nederland als eindbestemming heeft - ontoereikend is om de charterbepaling in de CAO van toepassing te achten. Daarvoor zijn meer aanknopingspunten met de vestigingsplaats van de Nederlandse transportondernemingen nodig. Die meerdere aanknopingspunten zijn mede gelet op de gemotiveerde betwisting door de twee transportondernemingen niet gebleken. De vorderingen van FNV worden afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken