Hof Arnhem-Leeuwarden 3 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3534
In de omstandigheden van deze zaak dient de door partijen op de voet van artikel 843a Rv gevolgde procedure te worden aangemerkt als de hoofdzaak in de zin van artikel 1019c Rv. Door afronding van de inzageprocedure is bewijsbeslag ingevolge artikel 1019c lid 2 Rv van rechtswege vervallen en dienen de in bewaring genomen stukken aan de beslagene teruggegeven te worden. Voor die teruggave is geen afzonderlijk spoedeisend belang vereist.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 705 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 730 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 860 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1019a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1019c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 8 EEX