Hof Arnhem-Leeuwarden 18 april 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3032
Aanvulling van gronden. De gemachtigde stelt administratief beroep in “op nader aan te voeren gronden” en verzoekt hem daarvoor een termijn te geven. Het beroepschrift bevat al enkele gronden en het verzoek om toezending van het zaakoverzicht. Beginselen van zorgvuldige procesvoering brengen mee dat de officier van justitie de gemachtigde, zoals verzocht, bij de toezending van het zaakoverzicht de gelegenheid had moeten bieden binnen een daartoe te stellen termijn de gronden aan te vullen. Dat is niet gebeurd. Dat de gemachtigde feitelijk die gelegenheid wel heeft gehad door het tijdsverloop tussen toezending van het zaakoverzicht en de beslissing op het beroep, doet daar niet aan af. De kantonrechter had de beslissing van de officier van justitie moeten vernietigen.