Hof Arnhem-Leeuwarden 27 december 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:10474
Art. 7:355 BW 3:61 lid 2 BW Onbevoegde onderverpachting. Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid rentmeester. De pachter is niet bevoegd tot onderverpachting dan met schriftelijke toestemming van de verpachter. Verpachter heeft geen toestemming gegeven. Pachter heeft als bevrijdend verweer aangevoerd dat de rentmeester de onderverpachting oogluikend heeft toegestaan. Als uitgangspunt geldt dat de rentmeester in beginsel niet gevolmachtigd is rechtshandelingen namens zijn opdrachtgever te verrichten. Het komt er in dit geval op aan of pachter gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening door verpachter aan zijn rentmeester op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van verpachter komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Onvoldoende feiten en omstandigheden om schijn volmachtverlening te kunnen dragen. Hof ontbindt de pachtovereenkomst.
De uitspraak op rechtspraak.nl