Hof Arnhem-Leeuwarden 10 februari 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:921
Verhuur voor bepaalde tijd van woning in duurdere woonsegment. In huurovereenkomst is zogeheten diplomatenclausule opgenomen. Verhuurder zegt huurovereenkomst tweemaal tussentijds op. In de eerste opzegging is geen opzeggingsgrond genoemd. In de tweede opzegging wordt als reden opgegeven dat de uit het buitenland terugkerende verhuurder met zijn gezin de woning wil betrekken. Huurder betwist dat huurovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd en betwist de opzeggingsgrond. Verhuurder vordert in kort geding ontruiming, welke vordering door de kantonrechter is toegewezen. In hoger beroep acht het hof de eerste opzegging voorshands nietig. De tweede opzegging voldoet aan de door de wet gestelde eisen. In hoger beroep wordt de vordering alsnog afgewezen. Gelet op de gemotiveerde betwisting door de huurder en de daartoe onder meer overgelegde e-mailberichten van de verhuurder voorafgaand aan de tweede opzegging is voorshands onvoldoende aannemelijk dat de verhuurder daadwerkelijk in de woning zal terugkeren. Nader feitenonderzoek in de bodemprocedure is noodzakelijk. Beroep van de verhuurder op artikel 6:248 lid 2 BW wordt in het kader van de in kort geding vaststaande feiten afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl