Hof Arnhem-Leeuwarden 10 november 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:8504
De curator van een gefailleerde onderneming stelt zowel de bestuurders – op diverse grondslagen art. 2:248 lid 2 BW jo art. 2:10 BW en art. 2:394 BW, artikel 2:248 lid 1, art. 2:252 BW en artikel 2:9 BW – als de commissarissen (artikel 2:259 BW) aansprakelijk. Omvang en reikwijdte van de administratieplicht van artikel 2:10 BW. Door de rechtbank ingewonnen deskundigenbericht. Een deel van de onder de reikwijdte van artikel 2:10 BW vallende administratie – de fysieke projectmappen – waarvan de curator als bewaarder heeft te gelden (artikel 92 F) is verloren gegaan. Gevolgen voor de op de curator rustende bewijslast en bewijsrisico op grond van artikel 2:248 lid 2 jo artikel 2:10 BW. Door het verloren gaan van dit deel van de administratie kan het hof niet vaststellen of het in reactie op verweer van de bestuurders betrokken stellingen van de curator dat deze fysieke projectmappen geen essentiële informatie bevatten, juist is. In zoverre realiseert zicht het op de curator rustende bewijsrisico. Daarmee ontvalt aan het deskundigenbericht de grondslag. De vraag rijst of hetgeen aan administratie resteert voldoende is voor de conclusie dat de administratie niet voldoet aan art. 2:10 BW. Het hof wenst daarover nadere vragen te stellen aan de deskundige. Volgt tussenarrest op dit punt. Het hof beoordeelt vervolgens het beroep van de curator op de openbaarmakingsplicht van artikel (2:248 lid 2 BW jo) 2:394 lid 4 BW en oordeelt dat vanaf het boekjaar 2004 een verplichting bestond om de accountantsverklaring openbaar te maken. Daaraan is niet voldaan, en daarmee is onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur onweerlegbaar gegeven. Bestuurders slagen echter in het ontzenuwen van het weerlegbaar vermoeden dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Daarmee ontvalt aan de vorderingen van de curator de grondslag van artikel 2:248 lid 2 BW jo artikel 2:10 BW en artikel 2:2:394 BW, en dient het hof de overige grondslagen voor aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen nog te bespreken.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 195 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 353 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6 WvK
- Artikel 92 Fw
- Artikel 102 Fw
- Artikel 52 AWR
- Artikel 2:9 BW2
- Artikel 2:10 BW2
- Artikel 2:14 BW2
- Artikel 2:15 BW2
- Artikel 2:248 BW2
- Artikel 2:251 BW2
- Artikel 2:259 BW2
- Artikel 2:377 BW2
- Artikel 2:392 BW2
- Artikel 2:393 BW2
- Artikel 2:394 BW2
- Artikel 2:396 BW2
- Artikel 2:397 BW2
Aangehaalde uitspraken
- Hof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:8067
- HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2932
- HR 24 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:153
- HR 1 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1079
- HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ7189
- HR 30 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA6773
- HR 20 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY7916
- HR 20 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU4529
- HR 14 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT6017
- HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053
- HR 28 juni 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2114
- HR 11 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0994
- HR 20 mei 1988, ECLI:NL:HR:1988:AD0329