Hof Arnhem-Leeuwarden 20 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7950

Geschil naar aanleiding van overheidsaanbesteding. EBS heeft busconcessie Waterland na aanbesteding overgenomen van Arriva en heeft in dat kader de daar werkzame chauffeurs overgenomen van Arriva. Zij klaagt erover dat Arriva de nascholing voor chauffeurs (gebaseerd op Richtlijn 2003/59/EG, door Nederland geïmplementeerd in de wijziging van de Wegenverkeerswet per 10 september 2008) ten onrechte niet tijdsevenredig heeft aangeboden, als gevolg waarvan EBS meer kosten voor nascholing van desbetreffende chauffeurs moet maken dan zij had gedacht. Het hof stelt vast dat de richtlijn en de wet alleen spreken over 35 uur nascholing in vijf jaar – voor de eerste periode die hier aan de orde is zelfs verlengd tot zeven jaar – zonder dat wordt aangegeven hoe die 35 uren over die vijf jaar verdeeld moeten worden. In een bijlage bij de CAO arbeidsvoorwaarden voor het openbaar vervoer hebben de daarbij aangesloten openbaar-vervoerswerkgevers afgesproken te streven naar nadere afspraken om te voorkomen dat de nascholing onderdeel wordt van de concurrentiestrijd. In dat kader zijn wel concept-richtlijnen opgesteld die uitgaan van tijdsevenredige aanbieding. Dit concept is nimmer definitief geworden. Het hof verwerpt het beroep op dit stuk zowel rechtstreeks als over de band dat het concept een bestendig gebruikelijk beding in de betreffende branche zou zijn. Ook het betoog dat Arriva in het kader van de aanbesteding spontaan had moeten meedelen dat zij niet tijdsevenredig de nascholing had aangeboden, kan haar niet baten. In de aanbestedingsfase loopt de informatieverstrekking via de aanbestedende dienst. Vordering ook in hoger beroep afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken