Hof Arnhem-Leeuwarden 28 juli 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:5686
Kort geding; hoger beroep; vordering van echtgenote wegens vernietiging rechtshandeling (hoofdelijke aansprakelijkheid geldlening) tot opheffing/schorsing van executoriaal beslag in aanloop naar derdenverzet; criterium; geëxecuteerde echtgenoot moet in het geding worden geroepen; zekerheidstelling in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid voor krediet; geen normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap; voortbouwende vaststellingsovereenkomst; contractuele boete oneerlijk beding in de zin van artikel 3 Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten?
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 118 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 157 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 236 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 377 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 438 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1:88 BW1
- Artikel 1:89 BW1
- Artikel 6:3 BW6
- Artikel 6:229 BW6