Hof Arnhem-Leeuwarden 14 juli 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:5290

Vordering in kort geding tot verwijdering van reststoffen met negatieve waarde ingesteld tegen de curatoren van de gefailleerde eigenaren van die reststoffen op de grondslag van ‘objectieve rechtsplicht’ althans artikel 6:162 BW. De reststoffen lagen op een bij VKP in gebruik zijnd terrein opgeslagen. De voorzieningenrechter heeft de vordering toegewezen op grond van een vermeend eigendomsrecht van VKP van het terrein. VKP blijkt evenwel geen eigenaar te zijn van het terrein waar de reststoffen lagen opgeslagen. Hangende het hoger beroep is aan het vonnis uitvoering gegeven. De kosten van verwijdering bedragen ruim 5 ton en zijn uit de boedel bekostigd. De curatoren vorderen dit bedrag als onverschuldigd betaald terug. Het hof vernietigt het bestreden vonnis:: De reststoffen lagen opgeslagen op het terrein van VKP krachtens verschillende door de failliet met VKP/VSB gesloten (duur) overeenkomsten. De curatoren hebben kenbaar gemaakt dat zij deze overeenkomsten niet gestand doen (art. 37 Fw). De daaruit voortvloeiende verbintenissen leveren een concurrente schuld op in het faillissement, overeenkomstig de systematiek van HR 19 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6108 rov. 3.6.1. (Koot/Tideman); VKP en VSB hebben de overeenkomsten daarop (partieel) ontbonden. Een eventuele vordering op grond van wanprestatie dan wel een vordering tot vergoeding van ontbindingsschade (artikel 6:277 BW) is een concurrente vordering in het faillissement. De vordering tot verwijdering althans vergoeding van de daarmee gemoeide kosten strookt niet met de systematiek van artikel 37 Fw; Dat daarnaast sprake is van onrechtmatig handelen van de curatoren kan het hof niet inzien. De analogie met de arresten HR 7 mei 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4377, NJ 1983, 478 en HR 4 november 1988, ECLI:NL:HR:1988:AB8922, NJ 1989, 854 gaat niet op, op de in het arrest van het hof ni rov. 5.12 uiteengezette gronden. Het onjuiste standpunt van VKP impliceert dat de curator die rechtmatig gebruik maakt van de mogelijkheid om een wederkerige overeenkomst niet gestand te doen (artikel 37 Fw) onrechtmatig handelt indien hij de gevolgen daarvan niet ongedaan maakt met een boedelschuld als schadevergoeding tot gevolg. Aldus zou het geschetste systeem van de Faillissementswet op niet aanvaardbare wijze worden doorkruist. Op de curatoren rust niet de verplichting de reststoffen van het terrein van VKP te verwijderen althans de daaraan verbonden kosten als boedelschuld te dragen; Hetgeen de curatoren ter uitvoering van het vonnis van de voorzieningenrechter hebben betaald dient in lijn met HR 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN7327, NJ 2005/246 als onverschuldigd te worden terugbetaald.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken