Hof Arnhem-Leeuwarden 9 juni 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:4238

Kort geding. Partijen hebben afspraken gemaakt over de levering van een perceel grond en een daarop in 4 fasen te realiseren bedrijfsgebouw. In de bodemprocedure is geoordeeld dat de overeenkomst tussen partijen (in ieder geval) is te kwalificeren als een huurkoopovereenkomst. De kort geding rechter heeft zich naar dat oordeel te richten. Bij uitspraak van 13 februari 2015 (ECLI:NL:GHARL:2015:1001) had het hof reeds geoordeeld dat de huurkoopakte executoriale kracht heeft. Het hof blijft bij dat oordeel. In de bodemprocedure vordert huurverkoper onder meer betaling van de opeisbare huurkooptermijnen en uitgevoerd meerwerk. De huurkoper betwist de vordering en voert onder meer aan dat het meerwerk in de huurkoopsom is begrepen en dat de in opdracht van de huurverkoper uitgevoerde werkzaamheden gebreken vertonen ten gevolge waarvan de huurkoper schade heeft geleden. De huurkoper betoogt dat de voldane voorschotnota’s voor meerwerk dienen te worden toegerekend aan de opeisbare huurkooptermijnen en voorzover de huurkoper nog enig bedrag aan huurkoopsom verschuldigd is dat bedrag dient te worden verrekend met de schadevergoeding voor de gebreken. In de bodemprocedure is reeds geoordeeld dat voor fase 2 opdracht voor meerwerk is gegeven. Niet duidelijk is evenwel door wie die opdracht is verstrekt en welk bedrag daarmee is gemoeid. Of voor fase 3 opdracht tot meerwerk is gegeven is in de bodemprocedure aan de huurverkoper een bewijsopdracht gegeven. Voor het vaststellen wie opdracht heeft gegeven, wie zich heeft verplicht tot betaling van het meerwerk, welke werkzaamheden onder het meerwerk vallen en welk bedrag aan het meerwerk kan worden toegerekend is nader onderzoek naar de feiten noodzakelijk waarvoor het kort geding zich niet leent. Hierdoor is niet voldoende aannemelijk geworden dat van de huurkoper betaling van de opeisbare huurkooptermijnen kan worden verlangd. De door de huurverkoper toegezegde bankgarantie voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen (vgl. 6:51 lid 2 BW). Hierdoor is geen voldoende zekerheid gesteld. De gevorderde inspectie door de huurverkoper wordt onder voorwaarden toegewezen. De huurverkoper wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken