Hof Arnhem-Leeuwarden 7 april 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2542
Huur zorgvastgoed. Wijzigingen financie-ring zorg en gevolgen daarvan voor ver-houding tussen verhuurder zorgvastgoed en zorginstelling. Vilente huurt sinds de jaren 70 van Woonzorg twee complexen voor ouderenhuisvesting. Zij stelt dat de huurovereenkomsten door vervul-ling van een ontbindende voorwaarde (aflos-sing door Woonzorg van de rijksleningen ter gelegenheid van de Bruteringsoperatie uit 1995) zijn geëindigd. Het hof beslist dat dit voor een van de zorgcomplexen het geval is en dat partijen moeten onderhandelen over vast-stelling van een nieuwe huurovereenkomst die terugwerkt tot 1995. Vilente’s argument dat de huur door jaarlijkse aanpassingen inmiddels onredelijk hoog is geworden en daarom moet worden verlaagd tot de marktwaarde, wordt verworpen. Ook Vilente’s argument dat de zorgcomplexen zodanig verouderd zijn, dat zij niet meer aan de eisen voldoen, wordt ver-worpen, nu zij heeft ingestemd met temporise-ring van het groot onderhoud in verband met sloop en nieuwbouw. Vilente’s tussentijdse op-zegging van de huurovereenkomst van een van de zorgcomplexen in verband met vooral de wijziging in de financiering van de zorg en de daardoor dreigende leegstand houdt in rechte stand, zij het dat Vilente Woonzorg schadeloos moet stellen voor Woonzorg’s schade. Bij de vaststelling van de vergoeding moet Vilente’s stelling worden betrokken dat de huur zo hoog is geworden dat Woonzorg al is gecompenseerd voor de met de financiering van het complex samenhangende kosten. Woonzorg is ten slotte niet meer gehouden de oude wijze van administreren van het onder-houdsfonds voort te zetten. Het hof wijst een tussenarrest voor overleg met partijen over berekening van de huur van de te sluiten nieuwe huurovereenkomst en voor bepaling van de schadeloosstelling voor Woonzorg.
De uitspraak op rechtspraak.nl