Hof Arnhem-Leeuwarden 12 januari 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:195

Gronden van het beroep. Aannemelijkheid verzending verzuimbrief door de CVOM. Houdt een beroepschrift slechts een enkele ontkenning in dat een gedraging is begaan, dan is dat een grond en bestaat geen verplichting om op grond van artikel 6:5 juncto 6:6 Awb de indiener in de gelegenheid te stellen binnen een daartoe gestelde termijn (nadere) gronden op te geven. Die verplichting bestaat wel indien een beroepschrift inhoudt dat pro forma beroep wordt ingesteld en dat het beroep nader zal worden gemotiveerd (al dan niet na ontvangst van gevraagde stukken), óók als in dat pro forma beroepschrift iets wordt aangevoerd dat op zichzelf beschouwd ook als een grond kan worden beschouwd, zoals in dit geval dat de gedraging (impliciet en expliciet) wordt ontkend. De door de kantonrechter gegeven motivering kan diens beslissing om de beslissing van de officier van justitie te vernietigen niet dragen. In deze zaak leidt dat tot vernietiging van de beslissing van de kantonrechter. Het hof houdt de zaak aan om de advocaat-generaal in de gelegenheid te stellen aannemelijk te maken dat de CVOM de verzuimbrief heeft verzonden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken