Hof Arnhem-Leeuwarden 3 maart 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:1523
Geschil tussen een accountantskantoor en een tandartsenpraktijk over de wijze waarop het accountantskantoor de zogenaamde 30%-regeling, een onbelaste onkostenvergoeding voor buitenlandse werknemers, in de salarisadministratie heeft verwerkt. Zonder dat daar overleg over is gevoerd met de tandartsenpraktijk heeft het accountantskantoor, in afwijking van een eerder door haar toegepaste methode, thans de 30%-regeling uitgevoerd op de voor de tandartsenpraktijk ongunstigste wijze. Het accountantskantoor is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Ter afwering van de vordering van de tandartsenpraktijk heeft het accountantskantoor zich beroepen op artikel 9.1 van haar algemene voorwaarden, waarin is bepaald dat reclames binnen 30 dagen na de ontdekking daarvan aan haar kenbaar moeten worden gemaakt. De vraag is of de algemene voorwaarden van het accountantskantoor, die bij nadere overeenkomst zijn overeengekomen op de (gehele) overeenkomst van toepassing zijn. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend, nu de algemene voorwaarden bij de nadere overeenkomst waren gevoegd, betrekking hadden op de overeenkomst vanaf het begin af aan en de tandartsenpraktijk door ondertekening van de nadere overeenkomst uitdrukkelijk de algemene voorwaarden heeft aanvaard, alsmede de terhandstelling daarvan heeft erkend. De tandartsenpraktijk, die wordt gedreven in de vorm van een B.V., heeft ter zake van de jaarrekening een beperkte publicatieplicht en wordt daarom niet aangemerkt als een grote onderneming in zin van artikel 6:235 lid 1 aanhef en onder a BW. Naar het oordeel van het hof komt de in artikel 9.1. van de algemene voorwaarden opgenomen reclameplicht neer op een nadere invulling van de in artikel 6:89 BW neergelegde klachtplicht, waarbij de bekwame tijd is gefixeerd op 30 dagen. Het hof acht die termijn niet onaanvaardbaar kort in aanmerking genomen dat het hier gaat om een maandelijks terugkerende handeling. Mede gelet op de overige omstandigheden van het geval wordt deze algemene voorwaarde dan ook niet onredelijk bezwarend geacht als bedoeld in artikel 6:233 aanhef en onder a BW. Nu als gevolg van het niet in het geding brengen door de tandartsenpraktijk van de daarvoor noodzakelijke stukken niet kan worden vastgesteld wanneer de tekortkoming is ontdekt moet worden geoordeeld dat niet binnen een termijn van 30 dagen is geklaagd. Het beroep op artikel 9.1 van de algemene voorwaarden slaagt en de vorderingen van de tandartsenpraktijk worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl