Hof Arnhem-Leeuwarden 17 februari 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:1156

Geschil aangaande de overdracht van octrooirechten. Appellanten stellen dat geïntimeerden, handelend als toenmalig bestuurders van A B.V. onbevoegd waren tot een (rechtstreekse) overdracht van een tweetal octrooien van A B.V. aan een v.o.f. waarin geïntimeerden participeerden. Zij hebben een beroep gedaan op de nietigheid van die overdracht en vorderen ondertekening door geïntimeerden van een verklaring van overdracht en medewerking van de overdracht in het octrooiregister. Het hof wijst de vorderingen af. Enerzijds omdat van een rechtstreekse overdracht van A B.V. aan de v.o.f. geen sprake was (wel van een overdracht aan X B.V., die op haar beurt de octrooirechten heeft overgedragen aan de v.o.f. maar op de nietigheid van die rechtshandelingen hebben appellanten (hoewel zij daarop zijn gewezen) zich niet betroepen. Daarnaast zet het hof uiteen wat bij de overdracht van octrooirechten de betekenis is van de registratie in het octrooiregister.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen